De huidige methodiek om de grondwaarde door de gemeente te bepalen is zeer grof. Deze is gebaseerd op percentages van de WOZ waarde, gebaseerd op beleid uit 2013 (Uitvoeringsregeling voorwaarden en berekening koopsom bij verkoop bloot eigendom van erfpacht (gewijzigd d.d 19-11-2013) en gebaseerd op de Nota Grondprijzen 2022/2023 (vastgesteld op 29 maart 2022). Dat gaat onder meer voorbij aan de staat van de betreffende woning(opstal). Een woning die volledig verduurzaamd is en voorzien van nieuw sanitair, een nieuwe luxe keukeninrichting en dergelijke, kan dezelfde WOZ waarde hebben van een identieke woning die zich nog in originele staat bevindt.
De toepassing van een staffel voor de bepaling van de grondwaarde zorgt ook voor schoksgewijze waarde sprongen. In het voorbeeld een woning van € 250.000 . Stel dat de WOZ-waarde na één jaar stijgt met € 10.000 naar € 260.000 dan wijzigt het percentage (grondquota) van 30% naar 35% en rolt er een grondwaarde uit van € 91.000. In percentages uitgedrukt: de woningwaarde stijgt met 4% en het aandeel grond stijgt door toepassing van een nieuw percentage met 21%.
Er zijn andere manieren om een grondwaarde te bepalen die meer recht doen aan een individuele situatie. De residuele methode is er daar één van. Met andere woorden: bepaal wat de opstal waard is en wat blijft er dan over voor de grond/locatie. Met deze methode kunnen de specifieke eigenschappen van de opstal wel worden meegenomen in de waarde, en komen deze niet toe aan de grondwaarde.
